
|
|
De oprichting van
het fonds in 1958 en de eerste jaren De zeventigste verjaardag van Roland Holst werd op 23 mei 1958 luisterrijk gevierd. De dichter werd benoemd tot ereburger van Bergen, waar hij al veertig jaar gevestigd was, en aan de gemeente werd een portretkop van de dichter aangeboden waarvoor het KCB geld had ingezameld, een kunstwerk van de beeldhouwer Titus Leeser. Roland Holst kreeg uit dezelfde actie een cheque van duizend gulden cadeau als beginkapitaal om er zijn stichting mee op te richten. Op 11 juni 1958 werd
het A. Roland Holst Fonds officieel bij notariële acte opgericht, en op
zondag 15 juni was aan de Eeuwigelaan bij componist en psychiater Hans
Henkemans thuis de eerste bestuursvergadering. Uit vijf personen bestond
het oprichtende bestuur: voorzitter Mr. A.F. Kamp, secretaris-penningmeester
Mr. W.F.J. Fischer, Hans Henkemans, de kunstenaar Jaap Min en vanzelfsprekend
A. Roland Holst. Dit bestuur werd al spoedig uitgebreid: de keramisch
kunstenaar Mia Pot-van Regteren Altena en de letterkundige W.L.M.E. van
Leeuwen kwamen er bij. Aanvankelijk was er een nauwe band met het KCB, die inhield dat de werkende leden daarvan allen donateur van het fonds werden. Om meer bereidwilligen te trekken, werd besloten om jaarlijks omstreeks 23 mei een feestavond in Bergen te houden, waar donateurs in het gezelschap van Roland Holst diens verjaardag mochten vieren. De dichter, die zijn verjaardag 'de domste dag van het jaar' noemde, had zoveel voor zijn fonds over dat hij zich hiertegen niet verzette. Er zijn vijf van die avonden geweest, in 1963 was de laatste. De conditie van Roland Holst liet het daarna niet langer toe. In juni 1958 was er door schenkingen en donaties al 3000 gulden bij elkaar gebracht en in 1959 had de stichting voldoende kapitaal om haar werk te beginnen. Veel geld kwam binnen toen de stichting een grammofoonplaat kon aanbieden waarop Roland Holst gedichten voorlas. Philips produceerde belangeloos de langspeelplaat, die in 1960 werd uitgebracht onder de titel O wind… o zee… wat ben ik zonder u, woorden uit Holsts bundel De belijdenis van de stilte (1913). De voordracht door de dichter werd afgewisseld door pianowerken van Debussy, gespeeld door Hans Henkemans. De plaat was beschikbaar voor degenen die bereid waren met een eenmalige storting van 100 gulden 'drager' van het fonds te worden. Het stichtingsbestuur
heeft tot nu toe vijf voorzitters gehad: A.F. Kamp werd in 1966
opgevolgd door L.J. (Lo) de Ruiter, de burgemeester van Bergen. In 1990
volgde H.M. (Michael) Valeton hem op, destijds eigenaar van de Eerste
Bergensche Boekhandel en in 2003 nam Wollie de Winter-Andriese korte tijd de taak
over.
|
